Kapelaan J.Frijns 2e van links

Kerk zijn in gevangenschap:
MIS IN HET KAMP
Op 18 mei 1944 had ik het grote geluk voor de eerste keer de H. Mis in het kamp te kunnen Lezen. Liggend op een bed met een klein stuk wit papier als corporale, met een hostie die niet groter was dan een paracetamol en een mosterdglas met een paar druppels wijn, vierde ik het eucharistisch offer.
Foto: Kapelaan J.Frijns 2e van links

Als er geen gevaar bestond om gesnapt te worden, bad ik alle gebeden van de mis, maar als de toestand gevaarlijk was, hoefden wij alleen maar de woorden van de consecratie te zeggen. Op deze manier heb ik in het jaar 1944, 69 keer en in het jaar1945, 66 keerde H. Mis gevierd. Gewoonlijk waren daarbij maar enkele mensen aanwezig want een groter aantal zou direct argwaan hebben gewekt.

BEGIN VAN HET LEGIOEN
Langs een geheime weg had ik het praesidium in Oirsbeek laten weten dat ik Tesserae nodig had. Die kwamen dan al gauw en ik begon eraan te werken. Ik koos verscheidene betrouwbare mannen als legionairen uit, gaf ze onderricht en ze hebben werkelijk prachtige arbeid verricht. Na het avondeten bezochten ze mij in het donker en we bespraken dan, op het bed liggend, ons werk en onze plannen in het nachtelijk duister. Allen waren ze begeesterd. Dagelijks baden ze de legioengebeden en volbrachten zij dagelijks hun opdrachten. Het meest betreurde ik, dat we nooit een vergadering konden beleggen, zoals in het handboek voor geschreven is. Maar door hun optreden brachten ze veel mensen in contact met de priester.

Hun liefde tot God was aanstekelijk en vindingrijk in het opsporen van nieuwe methoden. En geen enkele keer werden ze daarbij betrapt. Zo hebben de legionairen, samen met mij, stap voor stap het apostolaat op gang gebracht.
Regelmatig gaf iemand van ons geloofsonderricht in de barak ‘Besmettelijke ziekten’. Wij hadden gemerkt dat onze bewakers bang waren daar naartoe te gaan, omdat ze vrees hadden voor infectie. Zo werd dat een schitterende mogelijkheid, die wij tot het einde toe benut hebben.

Legionairen als Communie-uitreikers
Voordat de laatste priester uit het kamp vertrok, vroeg ik hem van de aartsbisschop (Johannes de Jong †1955) het verlof te verkrijgen, dat ook enige leken de heilige communie zouden mogen meedragen en uitreiken. Ik had de handen vol met biecht horen en het werd steeds moeilijker niet ‘gesnapt’ te worden. Als ik alleen maar de communie mocht uitreiken, dan zou dat zeker ontdekt worden. De aartsbisschop gaf mij meteen dat verlof en zo koos ik dan vijf legionairen daarvoor uit. Door hun ijver hebben deze leken in die catacombentijd ons priesters een zeer goed voorbeeld gegeven. Vaders van grote gezinnen weenden van blijdschap, als we ’s avonds op bed liggend en op fluistertoon de situatie met elkaar bespraken. Na de bevrijding heb ik met verschillenden van hen nog gesproken. Zij hadden de doosjes, waarin zij de hosties droegen, als een kostbaar souvenir aan die prachtige ogenblikken van intiem samenzijn met de Heer steeds bewaard.
wordt vervolgd.

Lees hier deel 1 van het Legioen van Maria