HET LEGIOEN VAN MARIA in Schandelen viert haar 77 jarig bestaan en tevens wereldwijd haar 100 jarig bestaan. Opgericht door Frank Duff op 7 sept. 1921 te Dublin.
Dit alles willen wij op zondag 5 september in de H.mis te Schandelen vieren met een Pontificale Hoogmis.
Het Legioen van Maria in Schandelen kent een opmerkelijke geschiedenis dat gekenmerkt wordt met lijden en doorzettingsvermogen.
In drie delen willen wij u de geschiedenis van ons Presidium “Maria Toevlucht van de Zondaars” vertellen.

Met verwondering las ik die titel in het jongste nummer van ons Oostenrijks tijd¬schrift ‘Regina Legionis’ (mei-juni 1991). Maar mijn verwondering steeg nog, toen ik merkte dat het hier ging om een concentratiekamp in Nederland, namelijk Amersfoort, en dat de priester, die het klaarspeelde het Legioen daarbinnen te brengen, een oud-bekende van mij was, namelijk kapelaan Jac. Frijns, jarenlang kapelaan in Stein (L), en daarna pastoor in Meezenbroek (Heerlen). Met hier en daar een kleine inkorting laten we nu kapelaan Frijns zelf aan het woord. Ik denk dat zijn verhaal ons allemaal ten zeerste zal interesseren.

Op Goede Vrijdag 7 april 1944 kwam ik met een groep gevangenen uit de gevangenis van Maastricht in het beruchte concentratiekamp Amersfoort. Daar zaten zo ongeveer 4500 mensen, waarvan er iedere week tussen de zeshonderd en duizend verder naar Duitsland werden getransporteerd. Elke godsdienstige bijeenkomst en activiteit was verboden. Het was zeer gevaarlijk, zich daarmee in te laten, want onder de gevangenen zelf zaten een aantal spionnen … Dezen legden er zich op toe, om zoveel mogelijk gevangenen te verraden, om in een goed blaadje te staan bij de bevelvoerders van het kamp.

AVONTUURLIJKE ZIELZORG
In het begin waren wij er met vier priesters, maar drie ervan werden al gauw naar een ander kamp overgebracht, zodat ik alleen over bleef. In het begin stelden wij, zielzorgers, enige regels op voor ons werk: biecht horen deden wij meestal, terwijl we in het kamp rondwandelden. Menigmaal rookten we dan een pijp of sigaret van binnengesmokkelde tabak. Wij konden niemand vertrouwen en moesten dus zeer op onze hoede zijn. Wij hadden verlof om de heilige communie op elk uur van de dag of nacht te ontvangen. Het enige wat in die omstandigheden nodig was, was opletten dat niemand het bemerkte. De heilige communie werd ook onder het wandelen uitgereikt; het ging eraan toe als bij het biechthoren. Na enkele dagen kregen we van de priester die het langste in het kamp zat, een doosje met geconsacreerde hosties. Nu waren wij rijk en voelden ons sterk. Onze Lieve Heer was de hele tijd bij ons, want het was uiterst moeilijk het Aller¬heiligste ergens te verbergen; daarom droegen wij het altijd bij ons. Er was altijd veel vraag naar biecht en communie. Elke morgen, tien over vijf, gingen we in het donker door het kamp, waar heet wat mensen al op ons wachtten …
wordt vervolgd.
(foto: Kamp Amersfoort: Hekwerken, barak, uitkijktoren (cc – Anefo – Sem Presser)

Lees hier deel 2 van het Legioen van Maria (Het LEGIOEN in een concentratiekamp)